Column van Joost 
Tikkie, jij hèbt ‘t!

Het lijkt een eeuwigheid geleden dat ik tussen de middag het schoolplein opliep en een meisje hoorde roepen: “Tikkie, jij hebt ‘t!” Ik moest grinniken en riep het meisje bij me. “Het is niet ‘jij hèbt ‘t’ maar ‘jij bent ‘m’.” Even keek het meisje me verbaasd aan en schudde vervolgens van nee. “Nee meester, het is niet dat je corona ‘bènt’, maar dat je corona hèbt’.” Nu was het mijn beurt om verbaasd te kijken. “Wat bedoel je nou?”, vroeg ik. En daar volgde de uitleg. Ze speelden corona-tikkertje met elkaar. Iemand had corona en was dus de tikker. Als je iemand anders tikte, had die corona gekregen en had je het zelf niet meer.

Van zoveel kinderlogica stond ik met m’n mond vol tanden. Inmiddels waren er ook andere kinderen bij me komen staan. Ik probeerde hun uit te leggen dat het toch niet zo leuk is om te zeggen dat iemand corona heeft. Verbazing op vrijwel alle kindergezichten werd mijn deel. Het meisje met wie ik in gesprek was, zei dat het heel fijn is dat als je iemand getikt hebt, je geen corona meer hebt. Alle kinderen knikten ijverig. Even dacht ik, dat ik nog moest vragen hoe het dan zat met het kind dat bij het gaan van de schoolbel als laatste de tikker was en dus corona bleef hebben… maar ik liet het er maar bij.

Hoe snel kunnen kinderen gebeurtenissen toch een plek geven in hun dagelijks bestaan. Ook als het heel nare gebeurtenissen zijn. Dat is de oorzaak dat kinderen letterlijk tussen de grafstenen op een kerkhof tikkertje kunnen spelen. Dat is de oorzaak dat ze op een heel luchtige manier een gesprekje kunnen voeren met een ernstig ziek familielid. Dat is zelfs de oorzaak van het feit dat kinderen met houten pistooltjes oorlogje kunnen spelen in de kapotgeschoten straten van Aleppo. Ik zeg beslist níet dat ernstige gebeurtenissen niets met kinderen doen; zeker wel! Ik zeg alleen dat ze zo’n soepel brein hebben, dat ze een vorm weten te vinden om ermee om te gaan.

Voor mij is dit de reden dat ik als volwassene niet wil bepalen wat wel en niet goed is voor een kind in moeilijke situaties. Wat wel en niet goed is voor een kind, ontdek je pas als je de tijd neemt om goed te kijken en te luisteren. Misschien goed om ons dat voor ogen te houden als straks de scholen weer open mogen. 


Joost van Dijk

Column van Joost 
Tikkie, jij hèbt ‘t!

Het lijkt een eeuwigheid geleden dat ik tussen de middag het schoolplein opliep en een meisje hoorde roepen: “Tikkie, jij hebt ‘t!” Ik moest grinniken en riep het meisje bij me. “Het is niet ‘jij hèbt ‘t’ maar ‘jij bent ‘m’.” Even keek het meisje me verbaasd aan en schudde vervolgens van nee. “Nee meester, het is niet dat je corona ‘bènt’, maar dat je corona hèbt’.” Nu was het mijn beurt om verbaasd te kijken. “Wat bedoel je nou?”, vroeg ik. En daar volgde de uitleg. Ze speelden corona-tikkertje met elkaar. Iemand had corona en was dus de tikker. Als je iemand anders tikte, had die corona gekregen en had je het zelf niet meer.

Van zoveel kinderlogica stond ik met m’n mond vol tanden. Inmiddels waren er ook andere kinderen bij me komen staan. Ik probeerde hun uit te leggen dat het toch niet zo leuk is om te zeggen dat iemand corona heeft. Verbazing op vrijwel alle kindergezichten werd mijn deel. Het meisje met wie ik in gesprek was, zei dat het heel fijn is dat als je iemand getikt hebt, je geen corona meer hebt. Alle kinderen knikten ijverig. Even dacht ik, dat ik nog moest vragen hoe het dan zat met het kind dat bij het gaan van de schoolbel als laatste de tikker was en dus corona bleef hebben… maar ik liet het er maar bij.

Hoe snel kunnen kinderen gebeurtenissen toch een plek geven in hun dagelijks bestaan. Ook als het heel nare gebeurtenissen zijn. Dat is de oorzaak dat kinderen letterlijk tussen de grafstenen op een kerkhof tikkertje kunnen spelen. Dat is de oorzaak dat ze op een heel luchtige manier een gesprekje kunnen voeren met een ernstig ziek familielid. Dat is zelfs de oorzaak van het feit dat kinderen met houten pistooltjes oorlogje kunnen spelen in de kapotgeschoten straten van Aleppo. Ik zeg beslist níet dat ernstige gebeurtenissen niets met kinderen doen; zeker wel! Ik zeg alleen dat ze zo’n soepel brein hebben, dat ze een vorm weten te vinden om ermee om te gaan.

Voor mij is dit de reden dat ik als volwassene niet wil bepalen wat wel en niet goed is voor een kind in moeilijke situaties. Wat wel en niet goed is voor een kind, ontdek je pas als je de tijd neemt om goed te kijken en te luisteren. Misschien goed om ons dat voor ogen te houden als straks de scholen weer open mogen. 


Joost van Dijk

Bekijk voorgaande edities

Meer Primair wordt gevormd door zeventien basisscholen, gelegen in de woonkernen Abbenes, Buitenkaag, Badhoevedorp en Hoofddorp. De stichting is hiermee werkgever van 540 medewerkers, die onderwijs verzorgen voor circa 5500 leerlingen in de Haarlemmermeer
Volledig scherm